NOAB-kantoren laten kansen liggen

Payrollbedrijven schieten als paddenstoelen uit de grond. Werkgevers kiezen steeds vaker voor samenwerking met een payrollbedrijf, omdat ze geen administratieve rompslomp willen en geen risico’s willen lopen met hun personeel. De praktijk is echter weerbarstig, zo blijkt uit een aantal rechtszaken. “Er is voor ons een schone taak weggelegd,” stelt NOAB-lid Hans Huiberts. Door: Henk Poker Zorgeloos gemak, uitsluiten van risico’s, maximale flexibiliteit, kostenbesparend: payrollbedrijven zetten hun ‘voordelen’ uitstekend in de markt. En steeds meer werkgevers kiezen ervoor hun personeel bij een payrollbedrijf onder te brengen. “Het klinkt de werkgevers als muziek in de oren wanneer een payrollbedrijf belooft dat alle administratieve taken en de daarbij behorende juridische verplichtingen uit handen worden genomen. Immers, als werkgever denk je hiermee fiscale, sociale en arbeidsrechtelijke risico’s uit te sluiten,” legt Huiberts uit. “Het is echter de vraag of payrollbedrijven al deze toezeggingen wel nakomen. Sterker nog, ik denk dat er de nodige haken en ogen aan vele overeenkomsten zitten.” Juridisch kader Daarover later meer. Voor een goed begrip is het van belang het juridische kader van payrolling te duiden. Wat is nu eigenlijk payrolling? De opdrachtgever/inlener werft en selecteert de werknemers, waarna deze in dienst treedt van het door de opdrachtgever/inlener gekozen payrollbedrijf. Die stelt de werknemer vervolgens permanent en exclusief ter beschikking aan de betreffende opdrachtgever/inlener. Het payrollbedrijf neemt daarbij, als administratief en ‘juridisch’ werkgever, de werknemer in dienst, maar de werknemer is wel bij de opdrachtgever/ inlener onder diens gezag werkzaam. En dat speelt in de jurisprudentie een belangrijke rol. ‘Er zitten de nodige haken en ogen aan vele overeenkomsten’ “Van belang is hoe binnen deze arbeidsrechtelijke driehoeksverhouding het...